De wereld heeft haar betovering verloren. Bliksem komt niet van
de dondergod, de mens is bij toeval geëvolueerd, sterren zijn onaangenaam
hete bollen in een onaangenaam koud niets. De wetenschappelijke benadering
van de werkelijkheid
heeft comfort en luxe gebracht. Maar ze bezorgt ons ook een koud en eenzaam
gevoel. Er is niets buiten wat we waarnemen; we komen op de wereld, proberen
het een tijdje zo leuk mogelijk te hebben en verdwijnen weer voorgoed.
Geen wonder, dat veel mensen daar geen genoegen mee nemen en graag geloven
in wonderen. En geen wonder, dat bedriegers van die behoefte profiteren om
geld en roem te verwerven met hun zogenaamde wonderbaarlijke krachten.
Maar het is toch bewezen dat er personen met bovennatuurlijke gaven bestaan?
Dat is helemaal niet bewezen. Het is wel begrijpelijk dat mensen erin geloven,
en niet alleen omdat ze troost zoeken in ons onverschillige heelal. Wonderdoeners
op een podium of in sommige televisieprogramma’s laten inderdaad verbluffende
staaltjes zien. Je begrijpt niet hoe ze het doen zonder toverij te gebruiken.
Eén bevolkingsgroep is niet onder de indruk: goochelaars. Wat paranormale
sterren kunnen, kunnen zij ook en vaak beter. In de zeventiende eeuw al stelde
een zekere Reginald Scott het eerste goochelboek aller tijden samen om het
geloof in hekserij te ondermijnen. Ook nu neemt een goochelaar, James Randi,
wereldwijd het voortouw bij het ontmaskeren van dit soort bedriegers.
Natuurlijk valt niet te bewijzen, dat wonderen níet voorkomen. Wel
kunnen voor schijnbaar bovennatuurlijke verschijnselen aardsere verklaringen
gezocht worden. Die zullen niet iedereen overtuigen. Aanhangers van parapsychologie
en andere bovennatuurlijke verschijnselen wijzen erop, dat in de gewone wetenschap
de zaken zelden zo streng gecontroleerd worden. En ook daar is het niet zeker
of je bedrogen wordt.
Dat klopt ook wel en bedrog blijkt in alle wetenschappen voor te komen. Maar
het verschil is, dat bij het voorkomen van echte paranormale verschijnselen
de meest fundamentele natuurwetten op zijn kop gezet zouden moeten worden.
Er zijn goede redenen om dat niet te snel te doen. Pas als alle andere mogelijkheden
uitgesloten zijn, is het zinvol om te kijken of de uitgangspunten van ons
wereldbeeld nog deugen. Het meeste gewone wetenschappelijke onderzoek heeft
minder ingrijpende gevolgen en wordt daarom ook minder grondig getoetst.
De emoties rond wonderen kunnen hoog oplopen. Sceptici kunnen het vaak niet
verkroppen, dat verstandige mensen zich in de luren laten leggen door wat
zij zien als puur boerenbedrog. Wie er wél in gelooft laat zich al
dat moois niet afpakken. Misschien hoort het ook wel bij de mens, dat hij
iets nodig heeft om in te geloven; of dat nou de Socialistische Heilstaat
is, de Vrije Markt, wonderlijke krachten of kruidendrankjes.
In de jaren zeventig werd de naam Uri Geller veel gehoord, en Geller was
met zijn paranormale activiteiten vaak te gast in spectaculaire tv-shows.
Hij nam altijd een bijzonder stroeve houding aan als iemand zijn gaven wilde
testen in een omgeving waar hij niet alles naar zijn hand kon zetten. En
inderdaad bracht hij er onder zulke omstandigheden weinig meer van terecht.
Uri Geller werd vooral bekend, doordat hij zonder hulpmiddelen lepels kon
buigen, en doordat hij, als hij op televisie was, in de huiskamer horloges
die jarenlang stil hadden gestaan weer kon laten lopen.
Beide prestaties lijken heel wat, maar pas op. Lepels zijn metaalmoe te maken
door ze een paar keer heen en weer te buigen. Soms worden ze dan zo slap
dat ze al bijna krom gaan hangen als je ze gewoon oppakt. Geller nam altijd
zijn eigen lepels mee. Bovendien kon hij tijdens zijn optredens vaak, als
even niemand oplette, een lepel snel buigen door erop te gaan zitten of hem
ergens tussen te steken. Of hij vervolgens een lepel boog of een gebogen
lepel tevoorschijn haalde – het viel niemand echt op.
De stunt met de horloges leek helemaal toverij. Honderden mensen wisten te
vertellen, dat horloges die jarenlang kapot geweest waren weer liepen. En
dat door de invloed van iemand, die er vanaf de televisie kracht op uitoefende!
Maar ook dat is zo raar niet. Opwindhorloges, zoals iedereen in die tijd
had, bleven vaak stilstaan, alleen doordat de olie stolde of doordat er stof
in het uurwerk kwam. Als iemand het horloge opwond en op zijn hand legde
werd het horloge warm en de olie vloeibaar. Als tienduizenden kijkers dit
uitprobeerden, hoefde het maar bij een gedeelte zo te werken om tot een paar
duizend weer lopende horloges te komen.
Sommige wonderdoeners, zoals in Nederland Rasti Rostelli (de podiumnaam
van Roland van den Berg) kunnen zo te zien hypnotiseren. Rostelli laat in
zijn show willekeurige mensen het podium opkomen. Die doen precies wat hij
zegt, lijken te geloven wat hij ze laat geloven en waar te nemen wat hij
ze laat waarnemen; en naderhand lijken ze alles weer vergeten te zijn.
Helaas, dat laatste is met veel van hen niet het geval. Een van de podiumgangers,
die de hele zaal in hun blootje leek te zien, verklaarde na afloop: ‘Ik
zag niemand naakt. Je bent je aan het voorstellen hoe dat is’. Ook
spelen vaak hele andere dingen mee, als mensen zich later zogenaamd niets
meer herinneren. Een jongen die een Chippendale-show had opgevoerd, verklaarde
achteraf bijvoorbeeld: ‘Ik wil er eigenlijk niet aan terugdenken’.
De mensen op het podium voeren dus een soort toneelstukje op, precies het
toneelstukje dat de ‘hypnotiseur’ ze wil laten opvoeren. Dat
lukt hem zo goed, omdat hij mensen uitkiest die de juiste fantasie en de
juiste instelling hebben om met de poppenkast mee te doen. Een paar procent
van de bevolking heeft een dergelijk inlevingsvermogen.
Om te beginnen laat Rostelli de mensen op het podium in een vlam staren en
de ogen sluiten. Ze mogen pas weer kijken als hij ze in het gezicht blaast.
Toch fluistert zijn assistente de kandidaten toe: ‘Doe je ogen eens
open’. Wie dat dan doet wordt van het podium gestuurd. Echte gehypnotiseerden
doen immers alleen wat de meester zegt. Verder vertelt Rostelli de hypnose-kandidaten,
dat hun armen vanzelf in de lucht gaan zweven. Om op het podium te blijven
zul je op dat moment je armen moeten optillen. Tenslotte krijgen degenen
die nog overblijven een (niet al te zure) citroen te eten, met de mededeling
dat ze een heerlijk sappige perzik te pakken hebben. Ook iedereen die bij
deze maaltijd niet verzaligd genoeg kijkt kan weer gaan zitten.
Een aardig staaltje mensendressuur. Maar echte hypnose kun je het niet noemen.
James Randi is een beroemde Amerikaanse goochelaar, en de schrik van veel
pseudo-bovennatuurlijk-begaafden. Hij ziet er streng uit en in dit geval
bedriegt schijn niet. Hij ontpopte zich als de grootste kwelgeest van Uri
Geller. Bij zijn kruistocht tegen deze vermeende wondermens liet hij zelf
meermalen in een overtuigende show zien wat een goochelaar allemaal vermag
zónder bovennatuurlijke krachten. Zelfs verdedigers van Geller tot
de laatste snik moesten toegeven dat ze zonder meer zouden hebben geloofd,
dat ook Randi paranormaal begaafd was, als hij dat zou hebben beweerd.
Ook liet Randi zijn harde aanpak los op de Fransman Jan-Pierre Girard. Die
specialiseerde zich, eerst officieel als goochelaar(!), later ineens met
bovennatuurlijke pretenties, in Geller-trucs, maar dan het grotere werk:
staven buigen. Zijn staven werden op aandringen van Randi genummerd om verwisseling
te voorkomen, en gestreept zodat draaibewegingen duidelijk zichtbaar zouden
zijn. Vervolgens kreeg Girard ze niet meer krom.
Randi dringt er als geen ander op aan, dat paranormale experimenten onder
streng controleerbare omstandigheden worden uitgevoerd. Liefst met een paar
goochelaars in de buurt. Hij heeft een miljoen dollar uitgeloofd voor iedereen
die onder zijn voorwaarden een waarlijk paranormale gave weet te tonen. Tot
nu toe heeft hij ze in zijn zak gehouden.
Randi is een vooraanstaand lid van de vereniging CSICOP, die ook astrologen,
wonderdokters en geestverschijningen kritisch onderzoekt. Hij reist de wereld
rond met zijn vermakelijke Chimaera-lezing. Daarin laat hij zien hoe makkelijk
een publiek voor de gek te houden is. Zo blijkt hij halverwege de lezing
een bril zonder glazen te dragen, en is de microfoon vóór hem
helemaal geen microfoon, maar heeft hij een klein microfoontje in zijn boord.
Ook vertoont hij diverse goocheltrucs, waaronder een variant van de lepelbuigerij.
Op deze bladzijden hebben we al een aantal trucs uit de doeken gedaan. Maar wie de boel wil flessen heeft nog meer mogelijkheden: