eissopost.nl

Fragmentjes uit Het verhaal van Drenthe

HET MEISJE VAN YDE

Een van de meest tot de verbeelding sprekende veenlijken uit Drenthe werd in 1897 bij toeval gevonden in een klein veentje bij Yde, door de veenarbeiders Emmens en Barkhof. De baggerbeugel ging zo zwaar door het veen, dat een van beide juist opmerkte: 'De duvel haal' den vent die dat gat heeft gegraven'. Op hetzelfde moment verscheen er een zwart hoofd met rossig haar boven de modder. De twee arbeiders dachten dat de vloek effect had gehad en zetten het op een lopen. Die dag kregen ze geen hap of slok meer door hun keel.
In de krant stond dat zulke lijken niet snel vergingen en dat dit er dus wel 'menig dozijn jaar' kon hebben gelegen, ook omdat er niemand in de buurt vermist was. J.G. Joosting van het Asser Museum schatte de leeftijd eerst op zes eeuwen, maar sprak later van 'een Germanenlijk'. Onderzoek op stuifmeel, dat aan de voeten van het veenlijk kleefde, duidde erop dat het tussen de tweede en vijfde eeuw na Christus gestorven moest zijn. Maar de C14 methode, gebaseerd op de aanwezigheid van een bepaald type koolstof in organisch materiaal, wees een nog oudere datum aan: het begin van de jaartelling.
Tijdens, en meteen na het ophalen is veel van het lijk vernield. Nieuwsgierigen hebben stukken losgetrokken en weggehaald, voor het definitief in het museum in Assen terechtkwam. Toch is het een van de grote publiekstrekkers van dat museum, en toch zijn we veel over het lijk te weten gekomen. Liefhebbers van de prehistorie kunnen zich bij hun onderzoeksmethoden geen al te groot conservatisme veroorloven. De modernste computermethoden, zoals driedimensionale scanning, helpen mee om de leeftijd van prehistorische mensen te bepalen zonder hun overblijfselen te vernielen.
Het veenlijk uit Yde was een meisje van zestien, aan de kleine kant ook voor de tijd waarin ze leefde: een meter veertig, en met een kromgegroeide rug. De Engelse deskundige Richard Neave heeft een reconstructie van haar gezicht gemaakt, die waarschijnlijk behoorlijk goed klopt. Ze is gewurgd en met een mes in de hals gestoken. Waarom juist zij in het veen is terechtgekomen is niet duidelijk. De meeste veenlijken waren volwassen mannen.

'HOL DIT VEUR JOU'

Dan weer wordt van Drenten verteld dat ze zuinig en geldbelust zijn, dan weer dat ze geld niet zo belangrijk vinden en nauwelijks economische overwegingen kennen in hun doen en laten.
Dat laatste idee komt naar voren in het verhaal over stadhouder Willem V en het oude Drentse vrouwtje. Op zijn reis door Drenthe hoorde de stadhouder, dat er in een dorp een vrouw van tachtig jaar woonde, die nog vlas spon zonder bril. Hij bezocht haar en werd zo vriendelijk door haar ontvangen, dat hij haar enige goudstukken aanbood. 'Hol dit veur jou,' was haar reactie, 'jou hoesholding is groter dan miene, ik heb mien doaglieks brood'. De prins vond dat zo bijzonder, dat hij haar vanaf dat moment jaarlijks een som geld liet uitbetalen.

VRIENDELIJKE BOEREN

Aan het eind van de negentiende eeuw geloofden ook in Drenthe niet veel mensen meer aan toverij. Als er al over betoverde melk of boter gesproken werd, was er geen sprake van een heks die er de schuld van kreeg.
Toch wisten een paar melkboeren in Meppel in 1887 rond te vertellen, dat de melk van een collega 'beteuverd' was. Het zou onmogelijk zijn haar te karnen. Als gevolg waren er nog maar weinig mensen die de 'beteuverde melk' wilden kopen.
Geen nood, de andere boeren waren wel zo vriendelijk, de melk van hun collega voor een zacht prijsje over te nemen. Vervolgens verkochten ze die weer door aan hun klanten. Voor de normale prijs natuurlijk.

HET ZOORHOLT

Als een jongen de verkering uitmaakte en binnen het jaar met een ander trouwde, was het voor de dorpsjeugd wel duidelijk: het eerste meisje was onvruchtbaar geweest. Reden om alle mogelijke rommel naar haar huis te verslepen en er een stuk dood hout bij te zetten, in oude kleren gestoken. Dat hout werd het zoorholt, het dorre hout genoemd. Een vrouw die geen kinderen kan krijgen was daar immers heel goed mee te vergelijken. Als dank voor deze ceremonie moest het meisje daarna ook nog eens de hele club op spijs en drank trakteren.
Hieruit blijkt wel, dat niet alle oude volksgebruiken aardig en charmant waren.

LAWAAISCHOPPERS

Het aantal hanenkraaiverenigingen is de laatste jaren helaas drastisch teruggelopen. Een dergelijke vereniging heeft meer aan lawaaischoppers dan aan rasdieren. De regels van een hanenkraaiwedstrijd zijn in een paar woorden uit te leggen: de haan die tijdens de twintig minuten durende wedstrijd het vaakst kraait heeft gewonnen. De hanen worden tot grote prestaties opgezweept door er een hen bij te zetten. De enige nuance is, dat er aparte competities bestaan voor oude en jonge hanen.
Maar vergis je niet - zo'n wedstrijd is een serieuze zaak. Eigenaars en toeschouwers houden zich twintig minuten muisstil, want de hanen reageren vooral op elkaar. Gepraat of gestommel van derden kan dan de hele boel bederven.

DE NIEUWE STREEKDRACHT

Een niet helemaal geslaagde poging om Drentse streekcultuur nieuw leven in te blazen was de invoering van de vernieuwde Drentse streekdracht. Het Drents Genootschap was zich ervan bewust, dat de traditionele klederdracht in deze tijd niet meer 'lekker zat', maar vond het jammer dat de streekdracht helemaal dreigde te verdwijnen. In 1950 benoemde het een kostuumcommissie om een nieuwe klederdracht te ontwerpen. Overigens was dit geen typisch Drents initiatief: ook in andere regio's, en in Zwitserland en Scandinavië, werden zulke pogingen ondernomen.
In 1953 werden vijf proefkostuums gepresenteerd op een persconferentie in Assen. Er werd ook een modeshow gehouden. Volgens een enquête zag 83% van de Drentse vrouwen het kostuum wel zitten.
In de daaropvolgende jaren kwamen er patronen te koop, waarmee de Drentse vrouwen zelf hun klederdracht konden vervaardigen. In 1956 droegen in totaal 37 Drentse vrouwen het nieuwe streektenue. Achttien daarvan konden de goedkeuring van de commissie niet wegdragen, omdat ze kunststof hadden gebruikt om het te maken.

DIOMEDES, KONING DER BISTONEN

Midden in de vooruitgangsroes van de jaren '60 leek Assen, het verlichte Drentse Haagje nota bene, eventjes teruggeworpen in de tijd van de glende kerels en de witte wieven. Er waarden spoken rond in de Drentse hoofdplaats!
In het algemeen werd enkelvoudig gesproken over het spook van Assen. Landelijke bladen en zelfs het Duitse Express berichtten erover, aan de hand van ooggetuigenverslagen maakten ze reconstructiefoto's. Het spook zou een zwart masker dragen en rondrijden in een witte Taunus. Op sommige plaatsen in de stad was een bliksemteken aangebracht, met daaronder de naam: Diomedes. Diomedes was de koning der Bistonen in het oude Thracië, die zijn paarden mensenvlees te eten gaf. Rond de Troelstralaan werd 's avonds gepatrouilleerd, en kleine kinderen durfden niet te gaan slapen.
Maar in de verhalen was soms sprake van meer spoken. Kinderen vertelden dat ze niet naar school hadden kunnen gaan, omdat ze door hele drommen spoken waren ingesloten. Over de precieze hoeveelheid spoken waren de meningen verdeeld. Een versie was, dat het er vier waren: 'een witte, een zwarte, een zwart-witte en een wit-zwarte'.
Zoals wel vaker met legenden en volksverhalen bevatte ook deze overlevering een kern van waarheid. Drie MULO-leerlingen, geïnspireerd door de populaire televisieserie Het spook van het Louvre, en door wat ze op school over Diomedes hadden gehoord, hadden de geruchten in de wereld gebracht en waren zelf verbaasd van het effect. Weinig volwassenen in Assen zullen aan een spook hebben geloofd dat iets anders was dan een verkleed persoon. Toch is het interessant om te zien, hoe gretig sommige mensen zich midden in een rationalistisch tijdperk lieten meeslepen door een geheimzinnig verhaal, dat zo'n smalle basis had in de feiten.

HET KOMMUNIKASIE-WIEKEND

Eind jaren '60, begin jaren '70 was Gerrit Grolleman burgemeester van Assen. Hij kreeg dus te maken met de hippe Drentse jeugd en met het jeugdcentrum Rammenask, dat nogal omstreden was bij de burgerij. Achteraf weet hij daarover te vertellen: 'Ik had negatieve dingen gehoord over Rammenask en ik ging daar 'ns kijken om een indruk te krijgen. Nou, ik had van mijn kinderen wel gehoord over drugs, maar ik wist niet hoe het rook en hoe het eruit zag. Na afloop van het gesprek in Rammenask ging ik naar de raadsvergadering. Zei een van de jongere raadslieden: Burgemeester, u ruikt zo naar hasj.'
Rammenask was nog wel om andere redenen een heet hangijzer. Zo hing er achter de bar geen portret van koningin Juliana, maar van de Russische anarchist Michael Bakoenin. Reden voor het stichtingsbestuur om een vergadering te beleggen. Zou de gemeente, de subsidiegever, dat eigenlijk wel goed vinden? De slotsom van de vergadering was, dat de gemeente dat helemaal niet goed hoefde te vinden.
Maar de undergroundjeugd was wel zo verstandig om zich soms ook van een andere kant te laten zien. In de kerstvakantie van 1971 organiseerden Brandpunt, de Enk, Rammenask en de Kolk samen een dag voor basisschoolleerlingen. In Rammenask konden die zich verkleden als hippies, kabouters en elfjes. Verder waren er films, quizzen en een maaltijd. Er kwamen driehonderd kinderen en ze vonden het prachtig.
Het krantenartikel hierover, en over de kerstherberg van de Christelijke Scholengemeenschap, besluit enigszins cryptisch: 'Het kommunikasie-wiekend van het open jeugdcentrum Rammenask is niet helemaal geworden wat men ervan had verwacht. Een belangrijke dwarsligger was een bepaalde communicatiestoornis. De organisatoren gaan grondig zoeken naar de oorzaak om herhaling te voorkomen.'

PAS OP!

Natuurbescherming is soms lastig. Originele oplossingen kunnen dan uitkomst bieden.
Een paadje door de heide naar de Kraloose plas werd in de jaren '60 wat erg vaak gebruikt. Voor het ecosysteem van het voedselarme watertje, toen in eigendom van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, werd gevreesd, maar het was ook niet goed mogelijk om er permanente bewaking bij te zetten.
Gelukkig liepen er weinig mensen meer over het paadje, toen er - overigens naar waarheid - een bordje bij geplaatst was: 'Pas op, Adders!'