Folk is brave, ingetogen, handgebreide muziek. Wie dat beweert heeft de
Yoghurts nooit horen spelen. Hun optredens kennen een levendigheid waar menig
punk-techno-trash-deaf-bandje een punt aan kan zuigen.
De Yoghurts zijn Monique Duran op gitaar, fluiten en stem, en Jan Klemens
op gitaar, bassen en stem. Vaak worden ze begeleid door Wouter Veeman (mondharmonica,
mandoline), soms door Merlijn van Weerd (viool). De CD A summer’s day,
die afgelopen herfst uitkwam, is een prachtige afspiegeling van wat de Yoghurts
op dit moment doen. Binnenkort brengen ze een wat traditionelere folk-CD
uit.
Hebben jullie altijd al folk gespeeld?
J: ‘Monique wel, ik niet.’
M: ‘Jan liegt ook nooit.’
J: ‘Ik ben eigenlijk begonnen als punker, en later heb ik Heavy Metal
gespeeld, maar de folk, met name de folk-rock uit de jaren ’70 is een
van mijn grote liefdes.’
M: ‘Ik ben begonnen in New Wave, dat bandje heette Barfusz zur Hölle.
Dat plofte dus uit elkaar. En toen zag ik op VERA Jan met zijn punkbandje,
de Platjes. Dat was wel zo’n belachelijk zootje, daar wou ik ook aan
meedoen! Daarna heb ik nog in allerlei dingetjes gerommeld. We hebben ook
allebei in Henk Jan en de Vliegenvangers gezeten.’
J: ‘Dat doe ik nou ook weer, dat is een soort heavy folkband.’
De Yoghurts maken soms rare dingen mee.
M: ‘Laatst hadden we in Coevorden in de pauze striptease! En welk ander
folkbandje speelt er in motorclubs?’
J: ‘Een voorbeeld van drie dagen Yoghurts: eerst in een bejaardentehuis,
de tweede in een hardrockcafé in Friesland, dan het provinciehuis.’
Hoe komen jullie aan je repertoire?
J: ‘Zo’n dertig procent componeren we zelf. En er worden nummers
voor ons geschreven. Roy Gullane van de Tannahill Weavers, een van de beste
schotse folkbands, heeft twee nummers op onze laatste CD staan. Christiaan
Coenraad schreef de laatste jaren de muziek voor Theater te water en doet
dingen voor tv. Op de laatste twee CD’s staat een nummer van hem, het
eerste komisch, het tweede een Tina-liedje over liefde voor paarden.’
M: ‘We zijn bewust veelzijdig. Zo gauw we in een keurslijf komen barsten
we eruit.’
J: ‘Zo zou ik ooit nog Battle hymn van de heavy metal-band Man o’war
op folkmanier willen spelen.’
M: ‘We komen veel op carbootsales in Engeland. Elpees voor 50p.’
J: ‘Ik koop me kapot aan songtekstboeken en elpees. Ik probeer onbekende
dingen te zoeken. Op de laatste CD staan twee nummers van Songs of the
Hebrides,
een van de mooiste elpees die ik ken, twee jaar geleden in Wales voor 50p
in zo’n dorpie gekocht.’
Beiden beschouwen de stem als hun favoriete instrument.
M: ‘We doen nu zo’n vijf nummers a capella. Maar ik zou niet
meer willen. Dan moet je heel precies en heel netjes worden. Hoewel, als
je de film Ronja de Roversdochter ziet, daar wordt ontzettend explosief en
levendig a capella in gezongen.’
Wat is nou zo bijzonder aan folk?
J: ‘Het dichtbije, de buurman kan het zingen. Het is gewoon het leven.
Rock’n roll is meer de duistere kant, waar niks mis mee is, maar folk
vind ik het allemaal in zich hebben: melancholie, plezier, ellende, mooi
weer, de lente. Het heeft ook te maken met mijn voorkeur voor echte muziek.
Zo vind ik ook de opnamen van Alan Lomax geweldig. Die ging bijvoorbeeld
met een microfoontje naar zuid-Texas en nam daar plaatselijke muziek op.’
M: ‘Op lieflijke wijze een verkrachting beschrijven, of iemand die
zijn echtgenote een slootje in drukt. A summer’s day, de titelsong
van onze laatste CD, gaat over een prachtig landschap en aan het eind wordt
de haan opgegeten door een havik, zo vlak voor mijn neus. Dat is echt gebeurd,
ja.’
Ook over andere nummers op de CD valt het nodige te vertellen.
J: ‘The night before Larry was stretched vind ik een van de mooiste
Ierse nummers. Larry wordt de volgende dag gehangen, en dan komen zijn vrienden
en er gebeuren allerlei dingen. Niet zulke schokkende dingen, hele kleine.’
M: ‘Het is heel menselijk beschreven. Niet het heroïsche gedeelte.’
J: ‘Another mile gaat erover dat ik in Ierland was, twee jaar geleden,
en het was verschrikkelijk commercieel geworden, mooie weggetjes geasfalteerd,
huizen in bungalowstijl gebouwd.’
M: ‘Toerisme maakt meer kapot dan u lief is.’
Het gesprek komt op hun nieuwe, meer ‘traditionele’ CD, met
Merlijn, Wouter en Rop Haverkort.
J: ‘Je vindt er folkrock op, traditionele liedjes, nachtclubfolk met
Rop Haverkort op piano en trombone. Normaal nemen we elk instrument apart
op, hier zijn we heel bewust met vier mensen in een keer gaan opnemen. Het
is veel spontaner en opener geworden.’
M: ‘En daardoor ook iets rommeliger, maar niet storend. Op deze CD
spelen we in principe met zijn vieren. Ik denk dat het uiteindelijk toch
weer op onze andere CD’s lijkt. We waren eerst bezig om het in de hoempa
te trekken, en toen werden we er zelf misselijk van.’
Heel traditioneel zal de folk van de Yoghurts trouwens nooit gaan klinken.
J: ‘Op onze volgende CD’s gaan we denk ik nog meer met stemmen
doen. En het lijkt me wel leuk om een keer pauken te gebruiken. In Eenrum
zagen we een paukenist in een harmonieorkest, en ik heb die jongen gevraagd.’
M: ‘Als we af en toe een plakje ham op brood hebben ben ik al tevreden.’
J: ‘To hell with king Billy and God bless the pope.’